Participatie Nieuwkomers in Oirschot

Zo’n tachtig volwassen vluchtelingen hebben zich met hun kinderen de afgelopen 2 jaar gevestigd in de gemeente Oirschot.
Vraagt U zich wel eens af : hoe zou het met ze gaan ?

Wel, de gemeente ondersteunt de Inburgering via gemeentelijke instanties ISD en WBO, vrijwilligers helpen hen met taal in het taalcafé en nieuwkomers maken contact o.a. via de Facebook groep Nieuwkomers Oirschot.
Maar in hoeverre voelen de Nieuwkomers zich al thuis in Oirschot, hebben ze al sociale contacten buiten eigen gezin en familie (2), doen ze mee met georganiseerde activiteiten (3), doen ze vrijwilligerswerk (4) en hebben ze gesponsord (5) of betaald werk (6) ?

pubchart

De bezetting van de treden van de zogenaamde participatieladder (1 – 6) is onlangs in kaart gebracht. Het eerste beeld is dat Nieuwkomers op weg zijn, maar er nog (lang) niet zijn. pubchart taal

Hetzelfde geldt voor hun taalontwikkeling en de mate waarin ze nog afhankelijk zijn van het wekelijks spreekuur van WBO Vluchtelingenwerk.

pubchart WBODe nieuwkomers hebben natuurlijk een forse achterstand in taal en kennis van de Nederlandse samenleving en, last but not least, de gevolgen van de ontworteling uit hun vertrouwde omgeving. Met respect voor hun omstandigheden is het zaak hen te helpen bij het bereiken van hun persoonlijke doelstelling en die van de Nederlandse overheid. Het doel van de overheid is inburgering binnen een periode van 3 jaar na statusverlening en – minder expliciet geformuleerd – dat nieuwkomers, net zo verdeeld zijn over de treden van de participatie ladder, als Nederlanders.  We zijn nu grofweg en gemiddeld, halverwege deze periode en alles wijst erop dat we het doel niet gaan halen. We moeten dus nu iets doen en niet wachten tot iedereen kan constateren dat het doel niet bereikt is.

Er zijn grote verschillen in snelheid waarmee  de participatieladder door nieuwkomers in een gemeente wordt beklommen, maar ook tussen de participatie snelheid van gemeenten onderling.  Het is primair de verantwoordelijkheid van de nieuwkomer om in te burgeren. De gemeente heeft er zelf echter ook groot belang bij dat dit snel gebeurt.

Drie voorbeelden van bovengemiddelde uitschieters : Tilburg,  Nijmegen en ABG (Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en Gilze en Rijen) presenteerden hun resultaten op het onlangs gehouden congres van de VNG “Samen doen, van Vluchteling tot Inwoner“.
Deze gemeentebesturen hebben onlangs de regie in eigen hand genomen.
In Tilburg heeft men de inburgering met succes als een projekt georganiseerd. De gemeente geeft onderhand internationaal (Noorwegen, Duitsland, Oostenrijk) lezingen over het succes van deze aanpak.
In ABG stelt men zich tot doel dat na 3 jaar iedereen ingeburgerd is (examengarantie !) en laat hiervoor ketenpartners (voor zorg, taal en werk) optimaal samenwerken en volgt de voortgang op de voet.
In Nijmegen een soortgelijke situatie waarbij gemeente, ROC, een commerciële arbeidsbemiddelaar en regionale bedrijven samenwerken in het aanbieden van leer/werk trajecten met baangarantie. Inmiddels nemen al 140 nieuwkomers succesvol deel aan dit traject.

overheidsparticipatieladder

We kunnen in Oirschot leren van deze initiatieven door :

  1. de gemeente te vragen een aktieve(re) rol te spelen, niet louter faciliteren / stimuleren, maar regie nemen voor het bereiken van een ambitieus doel (SMART), te beginnen met het formuleren van dit doel !
  2. het werven en organiseren van ketenpartners in het begeleiden naar betaald werk
  3. het monitoren van de participatievoortgang en zo nodig corrigeren
  4. het werven van vrijwilligers die achterblijvende nieuwkomers willen coachen
  5. het motiveren van vrijwilligers om als taal- of praatmaatje Nederlands te oefenen

Ongewenste ontwikkelingen zijn te keren door tijdig bewustzijn en de wil om er iets aan te doen.  Aan beide hoeft het in Oirschot niet te ontbreken !

Advertenties

Pragma : Praktijkvoorbeeld Uitvoering Participatieverklaringstraject

Nederlandse gemeenten krijgen van de centrale overheid in de periode 2016 – 2017, 1000 euro per nieuwkomer voor inburgering en 1370 euro per nieuwkomer voor de invulling van het participatieverklaringstraject. De centrale overheid laat gemeenten vrij in de besteding van dit geld en we zien dan ook een variatie aan doelstellingen en bijbehorende aanpak. In eerdere blogs pleitte ik voor :

In dit artikel beschrijf ik met gepaste trots het resultaat van mijn gemeente Pragma in het format van de Praktijkvoorbeelden uitvoering Participatieverklaringstraject van de VNG.

Pragma Aanpak : stap voor stap naar het doel

Samenvatting

In onze gemeente zijn we trots op hoe onze nieuwkomers inburgeren en participeren. We beseffen dat zij het hoofdaandeel hebben in hun inburgering en dat het ons past hen hierin te ondersteunen. De begeleiding door burgers en gemeentebestuur van Pragma is gericht op het, waar nodig, vergroten van de motivatie van de nieuwkomer en het reduceren van de obstakels naar een geslaagde inburgering en participatie.

Doelen

In de gemeente Pragma hebben we ons tot doel gesteld de nieuwkomers zo snel mogelijk te begeleiden naar zelfredzaamheid. We hebben hierbij gekozen voor een projectmatige aanpak, met focus op einddoel, fasering, rollen en verantwoordelijkheden, transparantie in voortgang.
Primair is de nieuwkomer verantwoordelijk voor zijn eigen inburgering en participatie. We nemen hiervoor echter als community en individu medeverantwoordelijkheid, zoals een coach voor zijn coachee.

Activiteiten

In Pagma hebben gemeente, vluchtelingenwerk en vrijwilligers de begeleiding van nieuwkomers naar zelfredzaamheid optimaal verdeeld. De verantwoordelijke wethouder heeft de opdracht aan de welzijnsorganisatie geformuleerd en ziet regelmatig toe op realisering van de doelstelling. De welzijnsorganisatie (afdeling vluchtelingenwerk) neemt de regie van de inzet van mensen (betaald en onbetaald), methoden en middelen.
Vrijwilligers doen het echte werk. Ze doen de eerste opvang in fase 1. Ze werken toe naar zelfredzaamheid van de nieuwkomer door het zoveel mogelijk parallel afwerken van een concrete zgn. weten/kunnen/vinden lijst in fase 2. In de derde fase is er tenslotte een inloopspreekuur voor nieuwkomers voor exceptionele hulp.
De voortgang van de participatie is voor alle betrokkenen zichtbaar, met inachtneming van privacy. Deze transparantie in het bereiken van resultaten (scoreboard) motiveert alle betrokkenen van nieuwkomer en coach tot welzijnsorganisatie en wethouder.
Last but not least trachten we de nieuwkomer zich thuis te laten voelen in Pragma door het organiseren van activiteiten, aangekondigd in een lokale Facebookgroep, met het doel zijn / haar netwerk te vergroten.

Betrokkenen

Wethouder, plaatselijke welzijnsorganisatie en zijn vrijwilligers waaronder nieuwkomers (bijvoorbeeld als tolk), overige vrijwilligers in Pragma

Inzicht in resultaten

We meten ons resultaat niet in percentages “geslaagden” maar in doorlooptijd om te slagen, vanwege het belang van tijdige inburgering / participatie binnen beschikbare tijd en middelen.


De gemiddelde doorlooptijd van eerste opvang in fase 1 is 3 weken,
van het doorlopen van fase 2 (weten/kunnen/vinden) middels proactieve coaching  een zeer korte 15 maanden. Gemiddelde doorlooptijd gesponsorde baan (SD) : 4 maanden,  vrijwilligerswerk 9 maanden, stageplaats 12 maanden, betaalde baan : 18 maanden.
Ad hoc verzoeken om hulp in de Facebookgroep worden binnen 1 week beantwoord.

Contactgegevens

Ik hoop dat mijn gemeente Oirschot binnenkort bovengenoemde aanpak van de gemeente Pragma gaat overnemen. Tot die tijd kunt U kontakt opnemen met RuudMerks1@gmail.com

Inburgering vraagt om een projectmatige aanpak door . . .

Overheid, Welzijnsinstantie (Vluchtelingenwerk), Coach en Inburgeraar

Inburgering en Integratie van Nieuwkomers blijft sterk achter bij ambities.
Een gemeenschappelijk besef bij overheid, media en de vele betrokkenen bij integratie.

Inburgering moet beter, ter vermijding van hoge, jaarlijks terugkerende maatschappelijke kosten, en het kan beter, mits we ons organiseren.

De verantwoordelijk minister Asscher heeft extra maatregelen afgesproken om Inburgering een boost te geven in de vorm van het invoeren van de participatieverklaring plus bijbehorend participatieverklaringstraject en tevens de overheidsbijdrage voor 2016 – 2017 verhoogd van 1000 euro tot 2370 euro per vluchteling. Als investering zeker te rechtvaardigen, als kostenpost (subsidie zonder resultaat garantie) zeker niet.

Interessant is te zien hoe gemeenten omgaan met dit extra geld.
Extra beleidsambtenaren worden aangesteld, bureaus ontwikkelen en geven trainingen en vrijwilligers worden aangezocht om nieuwkomer te begeleiden in het zgn participatieverklaringstraject (pvt). Wat opvalt is in vele gevallen het ontbreken van een concreet en meetbaar doel van het participatieverklaringstraject en het inburgeringstraject.

In dit artikel een pleidooi om de Integratie van Nieuwkomers te zien als een “Projekt” en niet als een “Activiteit“. De bewezen waarde van projectmanagement is dan direct inzetbaar voor het welslagen van de operatie.

De belofte van Projectmanagement

De 6 belangrijkste elementen van goed projectmanagement :

  • zet het doel centraal, begint niet zonder, en beoordeelt elke activiteit naar zijn bijdrage aan het doel
  • kijkt vooruit (risicomanagement) en zorgt voor tijdige bijsturing als eindresultaat dreigt niet te worden behaald
  • voorkomt daarmee verrassingen tav de afspraak : het realiseren van het doel binnen gegeven tijd en budget
  • splitst hoofdtaak op in deeltaken en creëert er eigenaarschap voor
  • creëert eigenaarschap in de keten opdrachtgever en opdrachtnemer (centrale overheid <> gemeente <> welzijnsorganisatie / vluchtelingenwerk <> maatschappelijk begeleider <> nieuwkomer)

Projecteer bovenstaand op het achterblijven bij inburgering ambities en er zijn vele concrete aanknopingspunten te herkennen.

Het probleem

In 800 gemeenten wordt geëxperimenteerd met invulling van het PVT.
VNG publiceerde onlangs de Best Practices van 13 gemeenten. Opvallend is de verscheidenheid van aanpak, maar bovenal de variatie in concreetheid van de geformuleerde inburgering doelstelling.

Ik zie hiervoor 3 oorzaken :
1. de opdrachtgever, de Centrale Overheid, beschrijft in een brief aan Gemeenten weliswaar het “Waarom” van de participatieverklaring , maar laat het “Wat” onterecht achterwege.
2. Het vraagt (blijkbaar teveel) moed aan politieke opdrachtgevers om concrete, en nog meer om stretched doelen te stellen.
3. Er is een aversie bij uitvoerenden voor tussentijdse rapportages, nodig voor het creëren van inzicht in de inburgerings voortgang.

Alle drie onterecht :
Ad1&2. Overheid laat terecht het “hoe” over aan de gemeenten. Professionals moet je zo weinig mogelijk voorschrijven hoe een doel te bereiken. Het scharnierpunt tussen opdrachtgever (overheid) en opdrachtnemer (gemeente) is de concrete opdracht, de doelstelling. Wat is er op het eind gerealiseerd.  Het liefst in concrete realiseerbare, meetbare termen, met ambitie (stretched), zonder angst om het doel niet 100% te halen. Deze concrete doelstelling ontbreekt en leidt tot onnodige vrijblijvendheid. De moed voor het stellen van doelen wordt nu overgelaten aan lokale politici, die zelden bekend staan om hun entrepreneurship.
Ad3. Het tracken van de voortgang is essentieel voor nieuwkomer, pvt coach en opdrachtnemer (welzijnsorganisatie) om te weten of er bijgestuurd moet worden. Elke serieuze schaatser houdt zijn rondetijden bij, voorspelt daarmee de eindtijd en stuurt tussentijds bij.\

De oplossing : projectmanagement

Dit geeft tevens aan hoe het eenvoudig gehouden kan worden : slechts bijhouden wanneer gedefineerde hectometer paaltjes worden gepasseerd. Een simpele zelf bij te houden checklist moet de aversie van degenen die het werk doen (vrijwilligers) volstrekt kunnen wegnemen en zelfs laten omslaan in trots om de voortgang te laten zien.

z_diagram

Bekende mijlpalen zijn de deelexamens van het Inburgerings examen : Luisteren, Lezen, Schrijven, Spreken, “Kennis Nederlandse Samenleving” en “Orientatie op de Arbeidsmarkt”. Meer fijnmazige hectometerpaaltjes voor basiskennis en vaardigheden zijn nodig om zelfredzaam te zijn (zie een voorbeeld : Weten/ Kunnen / Vinden). De meetlat is pas goed bruikbaar als hij bestaat uit binaire items (ja / nee). De veel gehanteerde meetlat, de “zelfredzaamheidsmatrix” is minder bruikbaar voor het doel vanwege de graduele criteria en onvoldoende specifieke gerichtheid op de benodigde vaardigheden.

Opdelen van het totale traject in deeltrajecten (bijv. taal, omgaan met formulieren, sollicitatievaardigheden) onder begeleiding van verschillende personen is nodig en belangrijk, zolang alles gericht is op het zo snel mogelijk bereiken van het einddoel.

De rol van de opdrachtgever wordt vaak veronachtzaamd. Hij is ultiem verantwoordelijk (accountable) voor  het te behalen resultaat. Als de opdrachtnemer faalt, faalt de opdrachtgever dubbel. Hij mag de schuld niet naar beneden wegschuiven, hij heeft immers de opdracht geformuleerd, de opdrachtnemer geselecteerd, de middelen ter beschikking gesteld en zijn macht gebruikt om knelpunten weg te nemen. Veel projecten falen als gevolg van het onvoldoende nemen van verantwoordelijkheid door de opdrachtgever gedurende het projekt.

Het als een project beschouwen van de inburgering, door inburgeraar, coach, welzijnsorganisatie (opdrachtnemer) en overheid (opdrachtgever) is onmisbaar om de inburgerings ambities te bereiken.

Participatie verklaringstraject

middel tot inburgeren en participeren

De inburgering en participatie van nieuwkomers blijft over de hele linie achter bij ambities en verwachtingen. Verantwoordelijk minister Asscher heeft extra maatregelen bedacht om participatie een boost te geven in de vorm van het invoeren van de participatieverklaring + bijbehorend traject en heeft de overheidsbijdrage voor 2016 – 2017 verhoogd van 1000 euro tot 2370 euro per vluchteling.

Gemeenten zullen alle zeilen moeten bijzetten om de verhoogde overheidssubsidie geen afschrijving, maar een investering te laten zijn.

De Participatie Verklaring (PV) maakt Nieuwkomers bewust van drie grondwaarden in Nederland : Vrijheid, Gelijkwaardigheid, Solidariteit.
Tevens vraagt de PV de Nieuwkomer om te verklaren een actieve bijdrage te gaan leveren aan de nederlandse samenleving (Participatie).
Het participatieverklaringstraject heeft als doel het verinnelijken van nederlandse grondwaarden en het creëren van intrinsieke motivatie bij Nieuwkomers voor Participatie. De effectiviteit van dit traject zal sterk afhangen van de mate waarin deze intrinsieke motivatie wordt gecreëerd door :

  • een link naar het reeds bestaande inburgeringstraject
  • coaching bij het in de praktijk brengen van het geleerde voor hen die dit nodig hebben en
  • een concrete toets of het doel van inburgering is bereikt (proof of the pudding)

Motivatie

In het veel gebruikte ADKAR leer concept, worden 5 stappen voor effectief leren onderkend :

  • Awareness : Het bewust maken van een gebrek aan kennis
  • Desire : de wil om dit gebrek weg te werken
  • Knowledge : het tot je nemen van de noodzakelijke kennis
  • Application : het in de praktijk kunnen toepassen van de kennis
  • Reinforcement : het vasthouden van de kennis

Dit lijkt triviaal, maar hoe vaak zien we niet in de praktijk, dat stappen 2, 4 en 5 worden overgeslagen. Kennis bijbrengen in een klaslokaal, waarin men onder externe druk is samengebracht, zoals mag worden gevreesd in het geval van de Participatieverklaringstraining, heeft zelden zin.

Wat is er nodig om een nieuwkomer de nederlandse grondwaarden te willen leren kennen, ze bewust te accepteren en wat is nodig om actief bij te willen dragen. Dus niet onder invloed van negatieve drijfveren, zoals boete bij niet verklaren of afwezig zijn op de training, of verlies van uitkering bij niet willen werken ?  Hier wordt geen geringe hoeveelheid moed en kunde gevraagd van de instructeur van de cursus en de participatieverklaringstrajectcoach (klopt, 35 letters).

Inburgeringstraject

Hoewel inburgeringstraject en participatieverklaringstraject als afzonderlijke trajecten zijn ontstaan is integratie van beide zeer wenselijk.

  1. om ergerniswekkende overlap te vermijden
  2. om theorie en praktijk dicht bij elkaar te houden
  3. om het grote doel voor beiden te laten gelden : Actief aan de nederlandse samenleving willen (participatieverklaring) en kunnen (inburgering) bijdragen. Dit vereist een integrale benadering. Bij iedere stap van de inburgering kan worden teruggegrepen op het uitgangspunt dat de participatieverklaring heeft gecreëerd. De motivatie voor de participatieverklaring wordt ontleend aan het in het vooruitzicht gestelde resultaat van de inburgering, te weten waardering krijgen voor de bijdrage aan de samenleving.
  4. om het de trajectcoach makkelijker te maken, concrete resultaten te boeken.

De trajectcoach wordt ingezet voor hen die dat wensen en dat nodig hebben. Er wordt toegewerkt naar completering van een curriculum van kennis/kunden/opvattingen (zie als voorbeeld, de weten/kunnen/vinden lijst”). Vanuit een vertrouwensband stimuleert de coach het aanpakken van open items met verwijzing naar grondwaarden en participatieverklaring. Het afvinken van een lijst van opgedane kennis, vaardigheden en inzichten tav waarden is onmisbaar om :

  • toe te werken naar het doel (alleen dat wat nog ontbreekt)
  • een norm te ontwikkelen van wat nodig is voor inburgering (wat wel, wat niet)
  • coaching begrensd in tijd te laten zijn (af is af)

You can bring a horse to the water, you can’t force it to drink !

Iedere docent kent het belang van intrinsieke motivatie.
Inburgering is leren en vormt hierop geen uitzondering.

De ideeën van de Asielzoekmachine

De Asielzoekmachine is een initiatief dat ons asielbeleid onderzoekt. Hoe werkt het en hoe kan het beter. De laatste bijeenkomst waarin ideeën werden gegenereerd is geweest. Tijd voor een analyse.

Elke bijeenkomst had een specifiek thema (zie foto) dat werd ingeleid door een aantal relevante sprekers. Zo ontmoetten we politici en beleidsmakers van destijds zoals Job Cohen en dhr Nawijn, directeuren van uitvoerende instanties zoals Rob van Lint (IND), mevrouw Helder (COA) en mevrouw Maas (DT&V), vertegenwoordigers van ngo’s zoals Eduard van Nazarski (Amnesty International), Vrijwilliger organisaties, journalisten en vluchtelingen zelf.

In een tiental brainstorms werden in kleine groepen bezoekers meer dan 120 verbeterideeën gegenereerd en op de site gepubliceerd. De ideeën beslaan het hele spectrum van toleranter asielbeleid van de overheid, snellere toelating en integratie, effectievere inzet van vrijwilligers, tot het opnemen van vluchtelingen in eigen huis.

Als lid van de burgerjury heb ik alle 12 bijeenkomsten meegemaakt. Met stijgende onrust aanschouwde ik met welk ogenschijnlijk gemak ideeën werden opgeschreven, die op zijn minst onuitvoerbaar leken en op zijn hoogst zeker zouden stranden in het huidige politieke klimaat. De meerderheid van de nederlanders wil geen “aanzuigende werking” die de meeste ideeen bij uitvoering met zich meebrengen. De bezoekers waren voor het grootste deel lid van de “linkse parochie”, ondanks de pogingen van de leiding van de Asielzoekmachine een bredere afspiegeling in de zaal te krijgen.

Het is ook wel een zware opgave om in een uur in gespreksgroepen met wildvreemde mensen tot concrete ideeen te komen die kunnen concurreren met de ideeen van professionals die daar al langer en met meer kennis mee bezig zijn.
Maar moeten we het genereren van ideeen  dan overlaten aan de experts ?
Nee natuurlijk. Zeker als we bezien welke knelpunten al langere tijd niet worden opgelost.

De knelpunten in ons asielbeleid zijn niet het gevolg van een gebrek aan ideeën maar hoofdzakelijk een gebrek aan de wil of de capaciteit goede ideeën uit te voeren.

Zoals Toine Heijmans van de Volkskrant in de Kick-off het zo treffend samenvatte : “we willen ze (de vluchtelingen) niet”. You can bring a horse to the water, you can’t force it to drink.

Op 20 juni zullen de ideeen worden gepresenteerd aan een groot aantal stakeholders zowel uit de politiek als uit de “asielbranche“. Ook direkt belanghebbenden, vluchtelingen,  zullen er zijn.  Het zou interessant zijn ze te vragen naar hun verwachtingen van de impact van de aanbevelingen; ik verwacht geen besluiten of commitments.

Sterker, ik vrees dat de meeting een hoog “glas is halfvol” karakter zal hebben. Instanties en Vrijwilligers laten graag horen hoe goed zij het doen, politici zullen desnoods erkennen dat het mogelijk in de toekomst nog beter kan en de organisatie van de Asielzoekmachine lijkt meer uit op netwerken van gelijkgestemden, dan verantwoordelijken aanspreken op knelpunten door onwil, slecht beleid of slechte uitvoering. Meer dan eens werd in de bijeenkomsten opgeroepen toch vooral geen kritiek op de aanwezige COA functionaris te hebben, maar met ideeen te komen om het doel desondanks te bereiken.

Ik heb de 112 gegenereerde ideeen maar eens gegroepeerd en gesorteerd in een spreadsheet naar impact en kans op verwezenlijking vanwege politieke / maatschappelijke weerstand. Weerstand die we alleen maar kunnen laten verdwijnen als we ten volle willen beseffen wat een vluchteling doormaakt en welke kosten voor ons op termijn verbonden zijn met het met de rug naar vluchtelingen toe gaan staan.
Daar moet het volgende week over gaan. Hopelijk kunnen we de verleiding weerstaan onszelf op de borst te slaan voor het halfvolle glas en ons concentreren op wat er beter moet, met commitment van de politiek en de uitvoerende instanties.

Het zou goed zijn een vluchtelingenjury het resultaat van de avond te laten beoordelen.

Ruud Merks

Toetsingsmachine IND

De IND toetst zorgvuldig of een Vluchteling voldoet aan de gronden voor het verlenen van asiel. Een overweging om zorgvuldigheid afhankelijk te maken van de behoefte van maatschappij en vluchteling.

De Asielzoekmachine nam gisteravond de Asielprocedure bij de kop.
Directeur Rob van Lint van de IND, de Immigratie en Naturalisatie Dienst was te gast en sprak met trots over zijn organisatie van 4000 medewerkers, die in 2015 43000 verblijfsvergunningen aan asielzoekers verleende, met een doorlooptijd van 2 weken in 70% van de gevallen. Klanttevredenheidonderzoeken (asielzoekers worden als klanten gezien) geven hoge cijfers voor o.a. korrekt optreden van asielambtenaren.

Aanwezigen waaronder advocaten, asiel begeleidingsvrijwilligers en vluchtelingen zelf, schetsten later op de avond een minder positief beeld : te weinig oog voor conditie (stress) van de vluchteling tijdens “gehoren”, onbarmhartigheid voor niet perfect geheugen, onvoldoende getrouwheid van vastlegging uitspraken gedaan tijdens “het gehoor” met vervelende consequenties bijvoorbeeld bij bijvoorbeeld latere gezinshereniging  en last but not least de lange wachttijden als gevolg van IND ondercapaciteit of hoge instroom, het is maar hoe je het bekijkt. IND garandeert wachttijd van 15 maanden (evt 18) en gemiddeld duurt het nemen van een beslssing  7 maanden,  volgens een brief uitgereikt aan Asielzoekers 

Ik trachtte me te verplaatsen in de IND ambtenaar. Hij/Zij wordt geacht geen mensen toe te laten die geen bescherming nodig hebben (FP), tevens geen mensen asiel te weigeren die in gevaar zouden komen door afwijzing (FN). De FP en FN staan voor False Positive en False Negative, zoals gebruikt in de toetsingstheorie. Ook al zijn de criteria volgens Robs zeggen duidelijk, de toetsing is en blijft lastig, vooral in het geval van bijvoorbeeld LGBT risico’s. Lees vooral  “Een kijkje in het hart van de asielprocedure” en / of verplaats je in de asielambtenaar in de Nader Gehoor simulatie.

De Asielzoekmachine organisatie stelde ons discussiegroepje de vraag :
“Hoe waarborg je een zorgvuldige procedure als er een hoge instroom is”.

Een eerste antwoord : “door tijdig voldoende ambtenaren aan te stellen en op te leiden” werd al snel aangevuld met de praktische beperking : met “gelijkblijvend personeel”. Het antwoord werd daarmee : “NIET”.

Als zou worden gekozen als uitgangpunten van humaan en uitvoerbaar asielbeleid  :
1. doorlooptijden korter dan 2 weken in 70% en 2 maanden in 100% van de gevallen,
2. verwaarloosbaar aantal FN’s,
3. met behoud van de omvang van de IND
dan heeft dat onlosmakelijk consequenties voor het percentage FP’s.
Een consequentie van humaan asielbeleid is dus dat het “teveel” asielzoekers opneemt bij hoge instroom. Zou de IND inschattingen hebben van het percentage FP’s behorend bij kortere maximale doorlooptijden ?  Ik schat in dat het een procentenkwestie is en het zou dan goed zijn dit aan de politiek voor te leggen.

Zorgvuldigheid heeft meerdere facetten : zorgvuldig naar de asielzoeker (verwaarloosbaar % FN, aanvaardbare doorlooptijden) maar ook naar de maatschappij : aanvaardbaar % FP en binnen die groep een verwaarloosbaar % mensen met slechte bedoelingen (waaronder terroristen)

Het is moeilijk bedoelingen van mensen te testen, makkelijker is het verleden te onderzoeken. In 2015 werden door de IND 170 mensen nader onderzocht, waarvan 30 mensen verdacht van oorglogsmisdaden (waarvan 20 niet uitzetbaar). Onduidelijk blijft voor mij in hoeverre deze 30 mensen recidivisten zouden zijn in de nieuwe nederlandse omgeving, ze komen tenslotte uit een oorlogsgebied.

En dan zijn er nog de Vluchtelingen die geen recht op bescherming hebben, maar die in de praktijk niet “uitzetbaar” zijn. Op de kick off bijeenkomst verklaarde mevrouw Rhodia Maas van de Dienst Terugkeer en Vertrek, dat haar grootste probleem is het uitzetten van uitgeprocedeerden naar weigerende landen.
Organisatorisch, tayloriaans scheiden van toetsing (IND) en uitzetting (DTenV) leidt m.i. tot een groep ontheemden, die om “aanzuigende werking” te vermijden, sober, lees inhumaan behandeld worden (Bed Bad Brood).
Het ware beter de toetsingscriteria van de IND mede te baseren op de mogelijkheid de asielzoeker terug te sturen. Met de rug naar mensen gaan staan, die niet aan de criteria voldoen, maar in feite niet uitgezet kunnen worden, zal uiteindelijk leiden tot hogere maatschappelijke kosten dan de kosten verbonden met hen op te nemen.

Dit onderwerp is lastiger dan ik aanvankelijk dacht.
Ik sta open voor elke geplaatste  constructieve reaktie (zie hieronder) !!

Ruud

Wat kan ik doen ?

Als zelfs de machtigste mensen geen oplossing weten voor de vluchtelingencrisis, wat kan ik dan doen?

Deze tekst trof me vandaag bij het doorlezen van persoonlijke verhalen op de site van Vluchtelingenwerk. Twee syrische vluchtelingen hebben hun antwoord gevonden. Ze helpen vluchtelingen met hun juridische en taalkennis en hun ervaringsdeskundigheid.

Wat kan ik doen ?
Een vraag die ik me eerder stelde nadat ik ook begreep dat niets doen geen optie meer was. Het antwoord was vrij eenvoudig : meld je aan bij VluchtelingenWerk of een van de vele plaatselijke initiatieven en laat je van daar meevoeren  naar de mogelijkheden die je gaat zien.

Begonnen als Taalcoach, ontmoet ik nu ook vluchtelingen in ons plaatselijke AZC, help vertalen, nodig collega’s van het werk uit mee te gaan doen en heb me onlangs zelfs aangemeld als burgerjurylid van de Asielzoekmachine

De discussie over vluchtelingen is ontzettend geladen. Vooral in de media wordt veel geroepen. Voor- en tegenstanders lijken een eigen oorlog te zijn begonnen. We reageren er niet op, maar proberen wel een steentje bij te dragen op onze manier: rustig en effectief.

Ik hoop dat de AsielZoekMachine de oorlog niet gaat intensiveren, maar deelnemers zal uitnodigen constructief te worden (idee box), zodat we de problematiek voor vluchteling en bezorgde nederlanders kunnen verkleinen.

Rustig en effectief.

Uit VluchtelingenWerk > Persoonlijke verhalen > SympathisantenAnna (28), Syrië: ‘Vooroordelen worden in onze praktijk ontkracht’

Kick-off AsielZoekMachine

De Asielzoekmachine is een projekt met als doel om iedereen – vluchtelingen, burgers, beleidsuitvoerders en beleidscriticasters – mee te laten denken over de vormgeving van het asielbeleid. We zijn in onze democratie immers allemaal verantwoordelijk voor hoe we de samenleving inrichten.

Het project bestaat uit een webdocumentaire, een tv- en radiodocumentaire, tentoonstellingen en bijeenkomsten in het hele land. Tijdens de Slotbijeenkomst in Den Haag op 20 juni 2016, Wereldvluchtelingendag, doen we verslag van de denkkracht uit de Nederlandse samenleving aan de Nederlandse politiek en maatschappelijke organisaties.

Ik heb me voor het dit projekt aangemeld omdat ik me al een tijdje zorgen maak over het draagvlak in de samenleving voor het opnemen van vluchtelingen.
Ik loop rond – net als vele anderen – met vragen als :

  • Kunnen en willen we vluchtelingen tegenhouden ?
  • Welke grenzen zijn er aan ons vermogen om vluchtelingen op te nemen ?
  • Kloppen de criteria voor het verlenen van asiel ? Kunnen we een steekhoudende segmentatie aanbrengen in de motieven van asielzoekers ?
  • Hoe kunnen we vluchtelingen sneller door de asielprocedure heen trekken
  • Hoe kunnen we vluchtelingen sneller en beter laten integreren ?
    Wat betekent integreren voor hen en voor ons ?
  • Hoe kunnen we werkelijke aandacht geven aan de zorgen en angsten, terecht of onterecht, van degenen die minder (last van) vluchtelingen willen.

Het Asielzoekmachine projekt biedt mij en anderen de gelegenheid om te zoeken naar verbetermogelijkheden van het Asielbeleid. Beter voor de vluchteling en beter voor ons (win – win). Maar als dat te ideaal gedacht is, dan toch inclusief het oplossen van knelpunten voor de vluchteling en transparantie ten aanzien van de door alle lagen van de bevolking te brengen offers.

Het zal daarbij aankomen op het scheiden van feiten en meningen, integraal maar ook “out of the box” denken en aandacht voor materiele en immateriele kosten maar zeker ook voor materiele en immateriele opbrengsten van de te verwachten vluchtelingenstroom.

In volgende blogs doe ik verslag van mijn reis met de Asielzoekmachine door het rijke landschap van feiten en meningen en zal ik mijn eigen ideeen en standpunten op deugdelijkheid toetsen.